in Waardevol

De diep gewortelde ongelijkheid in het onderwijs

Heb veel over onderwijs geschreven en geprobeerd op verschillende manieren mijn positieve bijdrage er aan te leveren. Maar het onderdeel waar deze twee artikelen over schijven heb ik nooit behandeld. Het concept hoog en laag onderwijs en hoe dit kansen ontneemt, mogelijkheden afsluit en ongelijkheid in een samenleving vergroot en versterkt.

Onderwijs als ongelijkheidsmotor

Edwin Gardner – 12 juni 2021 – link

Je hebt vele kloven en scheidslijnen in de samenleving: tussen man en vrouw, wit en gekleurd, rijk en arm en tussen stad en platteland. Maar de grootste is waarschijnlijk die tussen de zogenaamde ‘hoogopgeleiden’ en ‘laagopgeleiden’. Aan welke kant van deze kloof je staat, bepaalt in grote mate je wereldbeeld, je taalgebruik, op wie je stemt en met wie je omgaat. Zo is de kans dat een ‘hoogopgeleide’ en een ‘laagopgeleide’ samen een gezin beginnen vrij klein. Je opleiding bepaalt dan ook in grote mate je sociale status, wat weerspiegeld wordt in de woorden ‘hoog’ en ‘laag’.

Deze scheiding is meer dan cultureel. Ze is ook ruimtelijk. Niet alleen word je van het begin af aan in verschillende klassen en zelfs in verschillende scholen gestopt, na het VWO stuurt het onderwijssysteem je naar de grote stad, waar je gaat studeren. Hier vind je jaren van relatieve vrijheid, maak je grote reizen, word je geconfronteerd met nieuwe ideeën, ontmoet je nieuwe vrienden en ontdek je de liefde. Wellicht reis je daarna door naar nog grotere wereldsteden. Je werk of de liefde achterna. Je wordt uitgedaagd, groeit en verandert. In ieder geval, dat is wat er van je wordt verwacht. Als je vmbo doet, daarentegen, is de kans groot dat je in de regio blijft waar je bent geboren en getogen. Vakscholen, roc’s en andere beroepsopleidingen zijn namelijk regionaal georganiseerd. Je wordt niet door het onderwijssysteem de wijde wereld ingestuurd. Je krijgt minder systematisch toegang tot nieuwe vriendschappen, verrassende ideeën en onverwachte werelden. Je krijgt geen studentenleven en je wordt dicht bij huis gehouden. Een beetje gechargeerd, maar eigenlijk ook niet. Het gevolg is in ieder geval een samenleving met twee van elkaar gescheiden leef- en denkwerelden.

Onderwijs kweekt vmbo’ers vol zelftwijfel en arrogante gymnasiasten – en dat is slecht nieuws voor de democratie

Johannes Visser – 3 juni 2021 – link

De opdeling van leerlingen in onderwijsniveaus is meer dan alleen een selectie op basis van wat kinderen kennen en kunnen. Er gaat een waardeoordeel van uit dat in taal over onderwijs niet te vermijden is. Er is ‘lager’ en ‘hoger’ onderwijs, een kind dat van het vmbo naar de havo gaat ‘klimt op’ en wie de route andersom aflegt ‘stroomt af’.

Op school zijn kinderen voortdurend met elkaar in competitie. Een cijfer is niet alleen een beoordeling van wat iemand weet of kan, maar ook van wie iemand is. Een puntje beter dan de rest, een onvoldoende, een 10 of een 1. Vanaf hun twaalfde zijn kinderen ‘een echte vmbo’er’, ‘een typische havist’ of ‘een klassieke gymnasiast’. 

Zulke labels hebben gevolgen voor hoe we samenleven, hoe we stemmen en dus voor de democratie – en ze zijn niet positief. Ze ondermijnen de gemeenschapszin, het gevoel dat we het met elkaar te rooien hebben, en dat maakt het moeilijker ons in elkaar te verplaatsen. Althans, vooral één kant op.

Wat moeten we met onderwijs dat de ene groep een superioriteitsgevoel, en de andere groep een minderwaardigheidscomplex aanpraat? Welke gevolgen heeft dat voor hoe we samenleven, welke gevolgen heeft dat in het stemhokje?

1

Wat vind jij?

Reactie